Ik zoek een boekhouder.com

Voor mijn boekhouding, belastingen & bedrijfsadviezen

ik zoek een boekhouder.com

Je bent ZZP'er of MKB-ondernemer en de zaken gaan prima. De facturen vliegen de deur uit en het geld stroomt binnen. Jij richt je op je bedrijfsvoering maar wie houdt de bonnetjes en facturen in de gaten? De jaaropgave, btw-aangifte en de salarisadministratie?

Laatste nieuwsberichten

Hieronder kun je de laatste nieuwsberichten lezen die wij regelmatig publiceren op onze websites. Hiermee hopen we je te helpen met het oplossen van administratieve, fiscale en andere boekhoudkundige problemen en uitdagingen.

Wet arbeidsmarkt in balans (WAB), hoe zit dat?

WAB 2020 Wouter Koolmees


Wet arbeidsmarkt in balans (WAB), hoe zit dat?

De Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) is in aantocht. Deze wet moet vast personeel aantrekkelijker maken. Het ontslagrecht wordt aangepast, de ketenregeling, de WW-premie en nog een paar zaken. Alles op een rij.
Nog geen drie jaar na de invoering van de Wet werk en zekerheid (WWZ) lanceerde het kabinet plannen voor alweer een nieuwe wet, die de arbeidsmarkt nog beter moet reguleren. Of liever gezegd moet repareren, want uit onderzoek blijkt dat de WWZ niet goed werkt.

Doel van de WWZ was het verkleinen van de kloof tussen de ‘vast’ en ‘flex’ werkers. Het lijkt erop dat dit niet is gelukt: die kloof is juist groter geworden. Daarom komt het kabinet nu met de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) en hoopt Minister Wouter Koolmees dat dat werkgevers naar aanleiding van zijn maatregelen vaker arbeidscontracten voor onbepaalde tijd aan zullen gaan.

De minister maakte eind 2018 afspraken tussen werkgevers en werknemers ten aanzien van de ziekte- en arbeidsongeschiktheidsregelingen. Voor de ziekteregelingen geldt momenteel dat de stapeling van risico’s werkgevers afschrikken om ze meer zekerheid te bieden. Dit leidt ertoe dat steeds meer werknemers, vooral jongeren, flexwerk (moeten) doen. De Wab moet deze risico’s en kosten verkleinen zonder dat de bescherming van werknemers wordt aangetast. Het grootste deel van de Wet arbeidsmarkt in balans gaat in per 1 januari 2020.

WAB-checklist voor werkgevers: wat u voor 1 januari moet doen
Vanaf 1 januari 2020 veranderen de regels in het arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht. Bereid u als werkgever voor en kijk waar u nog voor 1 januari actie op moet ondernemen.

Maatregelen uit de WAB
De invoering van de WAB brengt op 1 januari 2020 de volgende veranderingen met zich mee:

Vast contract: lage WW-premie, flexcontract: hoge WW-premie
Het wordt voor werkgevers aantrekkelijker om werknemers een vast contract te geven. Werkgevers betalen vanaf 2020 een lagere WW-premie voor werknemers met een vast contract dan voor werknemers met een flexibel contract. De sectorpremie vervalt vanaf dat moment.

Nieuwe mogelijkheid voor ontslag: cumulatiegrond
Er wordt een nieuwe ontslaggrond geïntroduceerd: de cumulatiegrond. Ontslag wordt ook mogelijk wanneer omstandigheden uit de verschillende ontslaggronden die via de kantonrechter lopen samen een redelijke grond voor ontslag opleveren. Bij ontslag op basis van de cumulatiegrond kan de rechter een extra vergoeding toekennen aan de werknemer.

Transitievergoeding vanaf 1e werkdag
Er wordt een nieuwe ontslaggrond geïntroduceerd: de cumulatiegrond. Ontslag wordt ook mogelijk wanneer omstandigheden uit de verschillende ontslaggronden die via de kantonrechter lopen samen een redelijke grond voor ontslag opleveren. Bij ontslag op basis van de cumulatiegrond kan de rechter een extra vergoeding toekennen aan de werknemer.

Transitievergoeding vanaf 1e werkdag
De werknemer heeft recht op de transitievergoeding bij ontslag vanaf de eerste werkdag. Ook de berekening van de transitievergoeding verandert.

Ketenregeling: 3 tijdelijke contracten in maximaal 3 jaar
Vanaf 2020 kunnen werkgever en werknemer 3 tijdelijke contracten in maximaal 3 jaar aangaan. Het volgende contract is dan automatisch een vast contract. Tot en met 31 december 2019 is het mogelijk om 3 tijdelijke contracten in maximaal 2 jaar aan te gaan. Ook kan de tussenpoos (tijd tussen contracten) bij cao worden verkort tot 3 maanden bij tijdelijk terugkerend werk (niet beperkt tot seizoensarbeid) dat maximaal 9 maanden per jaar kan worden gedaan. Tevens wordt vanaf 2020 in de wet een uitzondering opgenomen dat invalkrachten in het basisonderwijs op tijdelijke basis kunnen blijven invallen voor zieke leerkrachten. Dit hoeft niet meer in de cao te staan.

Payrollwerknemer: gelijke rechtspositie en arbeidsvoorwaarden
Werknemers die vanaf 2020 een payrollcontract krijgen, krijgen minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden en dezelfde rechtspositie als werknemers die in dienst zijn van het bedrijf. Vanaf 2021 krijgen payrollkrachten recht op een goede pensioenregeling.

Oproepwerknemers: minimale oproeptermijn en aanbod voor vaste uren na twaalf maanden
Vanaf 2020 moeten werkgevers oproepkrachten minstens 4 dagen van te voren oproepen voor werk. Als de werkgever een oproep binnen 4 dagen afzegt, heeft de oproepwerknemer recht op loon over de uren waarop hij was opgeroepen. Na 12 maanden moet de werkgever een nieuw contract aanbieden met een vast aantal uren.



Je boekhouding: zelf doen of uitbesteden?

Je boekhouding: zelf doen of uitbesteden?

Zelf boekhouden of toch uitbesteden? Dat is de vraag! Je bent namelijk niet in alle gevallen verplicht om een administratiekantoor of accountant in de arm te nemen. Maar wat is nu het verschil tussen een administratiekantoor of accountant?
Je zult zeker niet de eerste zijn die de hele zwik over de schutting gooit bij een boekhouder omdat het voeren van de administratie vaak het minst populaire onderdeel van het ondernemerschap is. In dit artikel zetten we de belangrijkste zaken op een rij.

Waarom is boekhouden zo belangrijk, het is toch niet mijn vak?
Ook als boekhouden niet je vak is heb je er wél mee te maken. Er zijn drie hoofdredenen waarom je boekhouding belangrijk is:

  1. De Belastingdienst eist (wettelijk) een goede boekhouding. Geen goede boekhouding? Dan heb je kans op boetes en naheffingen.
  2. Financiers willen een juiste boekhouding kunnen inzien om te beslissen of ze je geld zullen lenen. Een rommelige of onjuiste administratie is een enorme rode vlag voor banken en geldschieters.
  3. Jouw ‘vermogen’ om te ondernemen. Je kunt tenslotte alleen goede beslissingen nemen als je weet hoe je er financieel voor staat.

Zelf boekhouden of uitbesteden
Je kunt natuurlijk zelf je boekhouding doen, eventueel na een cursus of training. Zeker met de boekhoudpakketten die vandaag de dag beschikbaar zijn wordt je heel erg geholpen om zelf alles bij te houden. Maar er kunnen ook redenen zijn om het helemaal of gedeeltelijk uit te besteden. Bijvoorbeeld:

  • Je wilt je helemaal richten op je eigen vak en niet bezig zijn met andere zaken, of je hebt er simpelweg geen tijd voor
  • Je hebt zo weinig affiniteit met boekhouden dat je dit gewoon niet zelf wilt doen
  • of je denkt dat je over onvoldoende kennis beschikt  om een goede administratie in te richten

Gebruik je de gegevens uit je administratie intensief (bijvoorbeeld om kunnen sturen op omzet, het bepalen van in- en verkoopmomenten etc)? Dan moet in dat geval je administratie altijd actueel zijn en zal de vertraging te groot worden wanneer je deze incidenteel laat bijwerken door een externe partij.

Dienstverlening

Er zijn globaal twee soorten dienstverleners: accountantskantoren en administratiekantoren. Iedereen mag een administratiekantoor beginnen. Het is dus aan om jou zelf te bepalen of er ervaren en goed opgeleid personeel bij zo’n kantoor werkt. Dat is over het algemeen wel het geval in Nederland. De tarieven liggen vaak lager dan bij een accountant. Accountant Administratieconsulent (AA) en Register Accountant (RA) zijn beschermde titels. Alleen na het behalen van opleidingseisen én het volgen van een doorlopende bijscholing mag je een dergelijke titel dragen. Accountants mogen wettelijk een aantal werkzaamheden uitvoeren die slechts aan hen zijn voorbehouden, zoals het goedkeuren van jaarrekeningen en het uitvoeren van controle werkzaamheden. Controles door accountants en goedkeuring van de jaarrekening zijn overigens alleen verplicht voor grotere bedrijven. Accountantskantoren zijn regelmatig duurder dan administratiekantoren, hoewel dat niet altijd zo hoeft te zijn omdat zij meer kunnen investeren in efficiency en automatisering en daardoor een lagere kostprijs behalen.

Dienstverleningsvormen

  • Alles door de dienstverlener: je levert je stukken (inkoopfacturen, verkoopfacturen etc) in waarna ze voor jou geboekt worden. Vaak gebeurt dat achteraf in de btw aangiftemaanden. De gegevens in je administratie zijn dan zelden actueel.
  • Zelf de administratie voeren, maar de accountant kan je systeem inzien, controleert regelmatig en corrigeert boekingen als dat nodig is.
  • Een combinatie van beide: je inkopen boek je met behulp van scan-en herkensoftware die je vaak als app op je telefoon kunt installeren, je maakt facturen die direct in de boekhouding komen en de accountant verwerkt de bank. Zo kan je administratie zelfs dagelijks actueel zijn.
  • Je voert de administratie helemaal zelf en de accountant controleert alleen aan het einde van het jaar of bij het maken van de jaarstukken. Je moet dan wel behoorlijk goed weten wat je doet: als je fouten maakt komen die pas aan het einde van het jaar aan het licht. Mogelijk heb je dan al verkeerde afdrachten gedaan voor de btw of andere belastingen. Maar als dat tijdig geconstateerd wordt, kan dat zonder problemen worden gecorrigeerd.

Kiezen
Zowel een administratiekantoor als een accountant zijn idealiter voor jou adviseur en vraagbaak als het erop aankomt bij lastiger financiële vraagstukken. Let dus naast de tarieven en de bij jou passende dienstverleningsvorm ook vooral op of het klikt en of de dienstverlener jou en je branche begrijpt. Voor je boekhoudpakket geldt: kijk wat voor jou goed werkt, of je er gemakkelijk de correcte informatie uit kunt halen en of de leverancier van het pakket goed bij je past.

Wat zit er voor B.V.’s in het Prinsjesdag-koffertje?

koffertje miljoenennota


Wat zit er voor B.V.’s in het Prinsjesdag-koffertje?
Er is nog een kleine maand te gaan tot Prinsjesdag, de dag dat het kabinet traditioneel de plannen voor komend jaar uit het overbekende koffertje tovert. Maar sommige zaken uit dit koffertje zijn van tevoren al eenvoudig te voorspellen en er zullen naar verwachting onder andere diverse nieuwe maatregelen op het gebied van de vennootschaps- en dividendbelasting worden gepresenteerd. Hierbij een kleine greep uit de verwachte belastingplannen voor bv’s.

Antimisbruikmaatregel in de vennootschapsbelasting
Een maatregel die te maken heeft met belastingontwijking is de aanpassing van de zogeheten ‘substance-eisen’ voor de antimisbruikbepaling in de dividendbelasting en de vennootschapsbelasting (VPB). Die eisen gelden voor een vennootschap in Nederland die fungeert als schakel tussen een moedermaatschappij en een kleindochtermaatschappij. Als die tussenschakel een bepaalde omvang (‘substance’) heeft, geldt de antimisbruikmaatregel niet. Dit wil het kabinet per 1 januari 2020 wijzigen, waardoor de Belastingdienst ook misbruik kan aanpakken als voldaan is aan de substance-eisen.

Heffing op hoge B.V. schulden dga’s
Mogelijk komt het kabinet ook met een reactie op een eerder ingediend initiatiefvoorstel over liquidatieverliezen. In dat voorstel kunnen ondernemingen minder vaak verliezen die bijvoorbeeld ontstaan bij het liquideren van een dochtermaatschappij in aftrek brengen.
Daarnaast wordt op Prinsjesdag dus de heffing op hoge schulden van dga’s bij hun eigen B.V. verwacht, die vanaf 2022 moet gaan gelden. Vanaf dan worden leningen die boven de € 500.000 liggen aangemerkt worden als inkomen uit aanmerkelijk belang en dus belast in box 2 van de inkomstenbelasting. Leningen voor een eigen woning zijn uitgezonderd. Verder wordt met Prinsjesdag ook een bevestiging verwacht van de tarieven in de VPB voor de komende jaren.

Beperking van belastingrente over vpb
Ook al doet een B.V. tijdig en correct aangifte vennootschapsbelasting, dan nog kan zij onder omstandigheden een aanslag krijgen waarbij ook belastingrente in rekening wordt gebracht. De staatssecretaris van Financiën vindt dit ongewenst. Momenteel loopt een onderzoek naar de mogelijkheid van een maatregel om de ongewenste belastingrente over vennootschapsbelasting in de desbetreffende gevallen te doen vervallen. Misschien dat dit onderzoek zal leiden tot een extra maatregel in het Belastingplan 2020.

Beperking van liquidatieverliesregeling
Binnen de huidige liquidatieverliesregeling kan een moedervennootschap het verlies op een deelneming in een dochtervennootschap aftrekken als zij deze dochter ontbindt en de onderneming van de dochter niet (zelf of via een verbonden partij) voortzet. Een paar Tweede Kamerleden zien in de huidige regeling een mogelijkheid tot uitholling van de Nederlandse belastinggrondslag. Daarom hebben zij een initiatiefwetsvoorstel ter consultatie aangeboden. Hierin stellen de Kamerleden voor:

  • de aftrek van liquidatieverliezen te beperken tot liquidaties van dochtervennootschappen waarin de moedervennootschap een kwalificerend belang houdt;
  • de aftrek van liquidatieverliezen te beperken tot liquidaties van dochtervennootschappen die zijn gevestigd in de EU/EER;
  • en de mogelijkheid tot langdurig uitstel van het aftrekmoment van een liquidatieverlies te beperken.

Het kabinet heeft laten weten niet van plan te zijn om de regeling aan te passen. Als echter toch een Kamermeerderheid achter de uitvoering van het initiatiefwetsvoorstel komt te staan, kan deze regeling alsnog gaan behoren bij de belastingmaatregelen die op Prinsjesdag 2019 worden gepresenteerd.